| Veelbelovend
kun je Theo Hoogstins (Kollum, 1955) niet meer noemen. Wie na een klassieke
opleiding aan het Gronings conservatorium als bassist een trio, quintet,
octet én een big band leidt, componeert, diverse prijzen wint, fllmmuziek
maakt én rond weet te komen, die mag je gerust als geslaagd beschouwen.
Een portret van een der zéér weinige flikkers in de Nederlandse
jazz-wereld.
|
![]() |
Mannenwereld
Jazz lijkt nog steeds voor negentig procent een mannenzaak, en dan vooral het soort mannen dat buiten de muziek alleen inte-resse heeft voor whisky en lekkere wijven. Theo: "De sfeer is inderdaad enorm macho en penetrant hetero. Ze zijn best progressief en tolerant, maar nichten kom je onder professionele jazz-musici eigenlijk niet tegen". Theo is niet direct het type dat joelend in een jurkje achter zijn contrabas gaat staan, nippend aan een glaasje bessen. Hij handhaaft zich (met oude jenever) omdat hij een bekwaam teamleider is, met af en toe op het juiste moment een provocerende opmerking Theo: "Het zit ‘m natuurlijk ook in het soort mensen dat ik om me heen verzamel. Verder uit ik me vooral in mijn composities. 'The Lab' bijvoorbeeld, is opgedragen aan een scheikunde studerend vriendje". Uitgerekend dit hormonaal gedreven werk leverde hem in '87 de compositieprijs op van het NOS Jazzfestival. En op het Middelsee Jazztreffen '90 in Leeuwarden won hij de solistenprijs. Jammer dat zijn vader deze Friese revanche niet meer mocht meemaken.
Traditie en vernieuwing
Dankzij een stipendium
van het Fonds voor de scheppende Toonkunst kon hij zich de laatste twee
jaar meer aan compositie wijden. Het resultaat daarvan is binnenkort te
beluisteren op CD ('Ear Opener'), met zijn eigen octet. Theo: "...en de
presentatie op 10 oktober, vindt nergens anders plaats dan in het plechtige
pluche van het Concertgebouw. Een van de nummers heet trouwens '2soon2die'
en is opgedragen aan alle aids-patiënten". Na een verstild, smartelijk
begin ontwikkelt de compositie zich tot een vitale uiting van vechtlust
en hoop. De structuren en
harmonieën verraden onmiskenbaar de doortimmerde klassieke achtergrond
van de componist. Theo: "Ik heb een band met de traditie, maar wel op een
vernieuwende, eigentijdse wijze, bijvoorbeeld door de manier waarop ik
gebruik maak van de toonklok van Peter Schat. Alles is doorgecomponeerd.
van 'toevalsmuziek' houd ik niet." En dan. lachend: "Homoseksuelen denken
meestal wat dieper
na!" Hij is er trots op dat hij, als een van de weinigen, vrijwel geheel
van de muziek kan leven, mede dankzij vaste schnabbels als het leiden van
workshops. Voor dumpprijzen speelt hij niet meer Theo: "Nou ja, soms
ga ik toch tot het uiterste. Vorig seizoen heb ik twee keer met mijn trio
in Amsterdam in 'Le Shako' gespeeld. een doorslaand succes. Dat doen we
dus dit seizoen één woensdagavond per maand. Het blijft voor
mij iets bijzonders om in een homocafé te spelen, en helemaal als
het in mijn eigen stamkroeg is."
En aan oude jenever
is daar zeker geen gebrek.