Oude jenever en plechtig pluche
Veelbelovend kun je Theo Hoogstins (Kollum, 1955) niet meer noemen. Wie na een klassieke opleiding aan het Gronings conservatorium als bassist een trio, quintet, octet én een big band leidt, componeert, diverse prijzen wint, fllmmuziek maakt én rond weet te komen, die mag je gerust als geslaagd beschouwen. Een portret van een der zéér weinige flikkers in de Nederlandse jazz-wereld.  
 
 
Onlangs overleed in Berlijn de bassist jay Oliver op eenenvijftig-jarige leeftijd, na een leven met veel alcohol, veel sigaretten en erg weinig geld. Toen hij stierf had hij honderd mark op zak en dat was dat. Vrienden en kennissen bedelen nog steeds geld bij elkaar om de begrafenis af te betalen. That's jazz, denk je dan.
"Zou je niet liever eerst een écht vak leren?" zei vader Hoogstins nog, toen Theo naar het conservatorium wilde. Theo ging toch, want stijfkoppigheid had hij niet van een vreemde. Zijn vader was een hard-werkende, principiële, socialistische onderwijzer van het soort waarop ze in Friesland sinds Troelstra patent lijken te hebben. Een door vader Hoogstins geschreven musical (!) werd in het dorp aanvankelijk goed ontvangen. Maar toen het stuk volgens het lokale krantje niet realistisch genoeg was, sloeg de publieke opinie als een blad aan de boom om. Zoveel bekrompenheid was vaders eer te na: het gezin emigreerde naar Groningen, waar vader schoolhoofd werd en later leraar pedagogiek. Theo: "Hij heeft zich wel snel bij mijn keuze voor het conservatorium neergelegd. Aan mijn homoseksualiteit heeft hij nog minder woorden vuil gemaakt, hij vond het zijn eigen probleem om daaraan te wennen.

Mannenwereld

Jazz lijkt nog steeds voor negentig procent een mannenzaak, en dan vooral het soort mannen dat buiten de muziek alleen inte-resse heeft voor whisky en lekkere wijven. Theo: "De sfeer is inderdaad enorm macho en penetrant hetero. Ze zijn best progressief en tolerant, maar nichten kom je onder professionele jazz-musici eigenlijk niet tegen". Theo is niet direct het type dat joelend in een jurkje achter zijn contrabas gaat staan, nippend aan een glaasje bessen. Hij handhaaft zich (met oude jenever) omdat hij een bekwaam teamleider is, met af en toe op het juiste moment een provocerende opmerking Theo: "Het zit ‘m natuurlijk ook  in  het soort mensen dat ik om me heen verzamel. Verder uit ik me vooral in mijn composities. 'The Lab' bijvoorbeeld, is opgedragen aan een scheikunde studerend vriendje". Uitgerekend dit hormonaal gedreven werk leverde hem in '87 de compositieprijs op van het NOS Jazzfestival. En op het Middelsee Jazztreffen '90 in Leeuwarden won hij de solistenprijs. Jammer dat zijn vader deze Friese revanche niet meer mocht meemaken.

Traditie en vernieuwing

Dankzij een stipendium van het Fonds voor de scheppende Toonkunst kon hij zich de laatste twee jaar meer aan compositie wijden. Het resultaat daarvan is binnenkort te beluisteren op CD ('Ear Opener'), met zijn eigen octet. Theo: "...en de presentatie op 10 oktober, vindt nergens anders plaats dan in het plechtige pluche van het Concertgebouw. Een van de nummers heet trouwens '2soon2die' en is opgedragen aan alle aids-patiënten". Na een verstild, smartelijk begin ontwikkelt de compositie zich tot een vitale uiting van vechtlust en hoop. De structuren en harmonieën verraden onmiskenbaar de doortimmerde klassieke achtergrond van de componist. Theo: "Ik heb een band met de traditie, maar wel op een vernieuwende, eigentijdse wijze, bijvoorbeeld door de manier waarop ik gebruik maak van de toonklok van Peter Schat. Alles is doorgecomponeerd. van 'toevalsmuziek' houd ik niet." En dan. lachend: "Homoseksuelen denken meestal wat dieper na!" Hij is er trots op dat hij, als een van de weinigen, vrijwel geheel van de muziek kan leven, mede dankzij vaste schnabbels als het leiden van workshops. Voor dumpprijzen speelt hij niet meer  Theo: "Nou ja, soms ga ik toch tot het uiterste. Vorig seizoen heb ik twee keer met mijn trio in Amsterdam in 'Le Shako' gespeeld. een doorslaand succes. Dat doen we dus dit seizoen één woensdagavond per maand. Het blijft voor mij iets bijzonders om in een homocafé te spelen, en helemaal als het in mijn eigen stamkroeg is."
En aan oude jenever is daar zeker geen gebrek.